Begin typing your search above and press return to search. Press Esc to cancel.

Methode de Haan


Toen onze oudste zoon de leeftijd bereikte dat hij wilde leren lezen kregen wij al snel het vermoeden dat hij dyslectisch zou kunnen zijn. Taalzwakte komt in onze familie veel voor en het leren lezen en schrijven verliep bij onze zoon erg moeizaam.

Ik ben mij toen gaan verdiepen in dit probleem en zodoende kwam ik terecht bij ABC methode de Haan. De ideeën en aanpak spraken mij direct erg aan. Bij veel dingen die ik las voelde ik een opluchting, eindelijk een duidelijke uitleg. “Waarom heeft niemand mij dat ooit geleerd”. Als creatief denker kon ik als kind ook maar moeilijk omgaan met taal. Niemand leerde mij de logica en structuren te herkennen en toe te passen, zelfs tijdens mijn opleiding aan de Pabo heb ik dit niet geleerd. Methode de Haan leert dat wel aan.

Omdat ik in het begin tegen veel vragen opliep en niet goed wist hoe ik het beste met de methode kon werken heb ik in 2011 een opleiding gevolgd bij ABC taal. Ik heb daar vooral geleerd hoe je de methode remediërend kunt inzetten bij taalproblemen. Daarnaast gebruik ik de methode nu ook om mijn twee jongere kinderen te leren lezen en schrijven.

Ik hoop op deze pagina iets van mijn ervaringen en kennis te delen zodat ook andere (thuis) onderwijzers hun weg vinden in het gebruik van deze methode.

Welke boeken?

BlauweBoekjeHet blauwe boekje

Dit is het boekje waarmee kinderen leren lezen. Kinderen die zwak zijn in taal of kinderen met dyslexie kunnen met dit boek en hulp van een volwassene opnieuw een goede basis leggen.
Bij dit boekje is een instructieboek waarin nuttige oefeningen en tips worden gegeven.

Kijk op de site van taal spelling voor een goede uitleg over dit boekje.

Let op: de leeslesjes uit dit boekje staan ook in Lezen is zilver schrijven is goud. Als je dat boek aanschaft is dit blauw boekje eigenlijk overbodig. Het instructie boekje voegt echter nog wel veel toe.

 

shapeimage_2

Lezen is zilver schrijven is goud deel 1 tot en met 4.

Ook LS-boeken of groene boeken genoemd.
De vier groene boeken zijn de basis van de methode. Je vindt er leeslesjes, taaloefeningen, taalregels, grammaticaregels en taaltesten.
Mijn ervaring met de boeken is dat de leeslesjes snel vervelen, ik gebruik deze daarom bijna niet. De taaloefeningen zijn wel bruikbaar. Er staan soms wel onduidelijkheden in de boeken en naar mijn idee ook wel overbodige oefeningen. Ik ben vrij losjes in het gebruik en pas de oefeningen naar eigen behoefte aan. De dictees gebruik ik wekelijks als analyse en als oefening.

In deel 1 staan alle leeslesjes uit het blauwe boekje deze hoef je dus niet los aan te schaffen als je LS 1 koopt.
shapeimage_2-1 shapeimage_3-1 shapeimage_4-1Handleiding = H

Woordenlijst = W

Grammatica = G

Dit zijn de drie basisboeken die je als leerkracht of remedial teacher nodig hebt om de methode goed te gaan begrijpen en toepassen. In de handleiding leer je bijvoorbeeld hoe je de taaltest kunt gebruiken als analyse van de dictees en zodoende een leerplan kunt opstellen voor de leerling.

Er wordt veel gebruik gemaakt van kaders met daarin verklarende taalregels. De handleiding is je startpunt bij het zoeken naar een kader. Er staan veel verwijzingen in het boek naar de twee andere boeken W en G. Om de taaltest goed te kunnen gebruiken heb je alledrie de boeken nodig.

Als thuisonderwijzer kom je denk ik een heel eind met alleen de groene boeken omdat daarin ook veel verklarende kaders staan en ook taaltesten. Toch bieden deze drie basis boeken wel veel verdieping, de taaltest in de handleiding is ook uitgebreider dan die in de groene boeken.

 

 

De methode de praktijk

Het leggen van een stevig fundament:
Leren lezen en schrijven

De basis bij het lezen is het alfabet. Voordat je echt aan het leren lezen begint is het van belang het alfabet te oefenen. Gebruik bij het benoemen van letters altijd de letternamen zoals je die hoort in het alfabet. Dit is anders dan de meeste kinderen leren op school. Kijk voor verdere uitleg op de pagina Letters en klanken.

In de praktijk noem ik de letters altijd bij hun naam, maar zeg ik daarbij hoe ze klinken, bijvoorbeeld de ‘A’ van ‘appel’, maar ook van ‘aap’. De ‘O’ van Ot maar ook van ‘olifant. Bij het leren van het alfabet leer ik de kinderen ook direct wat de klinkers zijn en de medeklinkers. Hiervoor gebruiken we een alfabetkaart waarop de klinkers rood zijn. Later gebruiken we ook rode blokjes voor de klinkers.

alfabet

Voor het leren lezen gebruiken we het blauwe boekje van methode de Haan: ‘Aanvankelijk lezen, schrijven en spellen’, of Lezen is zilver schrijven is goud deel 1. De leeslessen uit de boeken zijn identiek. We oefenen veel met de letterdoos en blokjes. Bij het blauwe boekje zit een instructieboek met nuttige oefeningen, deze oefeningen vormen samen met de leeslesjes de basis voor het leren lezen.
In eerste instantie worden alleen de lange klanken aangeleerd. Als het blauwe boekje gelezen is, of het eerste deel van LS1, dan gaat de leerling verder met het lezen en komen ook de korte klanken aan bod en wordt er een begin gemaakt met dictees. Hoe het werken met blokjes precies gaat lees je op de pagina; Werken met blokjes.

In praktijk merkte ik dat de leeslesjes uit het blauwe boekje al snel verveelden. Het lezen van woorden met alleen lange klanken is nogal beperkt en de woorden en verhaaltjes uit het boek sluiten niet aan bij de belevingswereld van het kind. Ik heb me niet gehouden aan deze leeslesjes. Het plezier in lezen is naar mijn idee heel belangrijk bij het leren lezen. Ik ben daarom al vrij snel korte klanken gaan introduceren zodat de avi 1 boekjes makkelijk gelezen konden worden. Daarbij hebben we veel geoefend met blokjes en de letterdoos om duidelijk te maken wanneer een klinker lang klinkt en wanneer deze kort klinkt.

Als het lezen eenmaal op gang is gekomen kan er begonnen worden met dicteren. Omdat jonge kinderen vaak nog niet zo’n stabiel handschrift hebben ontwikkeld is het handig om de letterdoos iets uit te breiden zodat er hele zinnen mee gelegd kunnen worden. Naast de taalspelletjes kun je nu elke dag één of twee dictee zinnen laten neerleggen. Deze zinnen kun je vervolgens vragend maken om zo de zinsdelen te bepalen en de persoonsvorm. Op deze manier leg je al direct een basis voor grammatica.

Als het schrijven van dictees lukt en het lezen vlot gaat dan kan je het kleine of grote stappenplan gaan lezen. Veel van de regels zijn dan al aan de orde geweest tijdens de oefeningen en de dictees. Ik kan me voorstellen dat het lezen van het stappenplan daarmee overbodig is geworden, dat hangt waarschijnlijk ook af van de taalgevoeligheid van het kind.

Zelf heb ik het grote stappenplan remediërend toegepast op onze oudste zoon van toen 10 jaar. Met onze tweede zoon van toen 8 jaar heb ik het kleine stappenplan gelezen op het moment dat hij daar aan toe leek te zijn. Het hielp hem vooral om met lezen sneller vooruit te komen en kritischer te kijken naar de woorden.

Nu is het fundament klaar en kan er begonnen worden aan het echte bouwen…

Verder bouwen:

In de loop van de tijd heb ik een prettig weekschema ontwikkeld voor onze oudste zoon waarin alle aspecten van het taalonderwijs aan bod komen. Lezen en taal staan dagelijks op de agenda. Het lezen gebeurt meestal zelfstandig, bij mijn jongere zoon lees ik nog wel altijd mee. Voor taal volgen we elke week het schema. Los daarvan worden er elke werkdag kaartjes gelezen, zie uitleg bij schema.

Ons schema ziet er als volgt uit:

  • Maandag: werkbladen.

Dit zijn werkbladen die ik maak naar aanleiding van de oefeningen uit de groene boeken. Vaak zijn dit oefeningen in meervoudsvormen, nieuwe woorden maken, woorden in lettergrepen verdelen, werkwoordsvormen. Sinds 2013 werkt ik ook met de blokboeken van Kinheim. Zie uitleg onderaan de pagina.

  • Dinsdag: Oefenzinnen.

Dit zijn dictee zinnen die we direct ook nabespreken en ontleden als dat nodig is voor de juiste spelling. De zinnen komen meestal uit de groene boeken. Soms maak ik zelf oefenzinnen om zo eerder gemaakte verschrijvingen nog eens terug te laten komen. De spellingsfouten bespreken we direct samen.

  • Woensdag: Stellen / tekstverwerken / vrije opdrachten / poëzie / spreekwoorden en gezegden e.d.

De woensdag is bij ons de dag dat we even iets anders doen dan De Haan. Vaak is dat een stelopdracht maar het kan ook een opdracht zijn uit een boek voor begrijpend lezen of iets heel anders. Ik zorg er wel voor dat er iets geschreven moet worden vanuit het kind zelf, dus er wordt op de woensdag niet gedicteerd. Het zelf met plezier schrijven staat deze dag voorop. De spellingsfouten bespreek ik daarom ook niet. De woorden die fout gingen laat ik wel in de volgende week terugkomen op maandag of dinsdag zodat ze dan besproken kunnen worden.

  • 

Donderdag: ontleden

Ik dicteer een aantal zinnen of print een aantal zinnen, die mijn zoon taalkundig en rekenkundig moet ontleden. Het aantal te benoemen zinsdelen of woorden neemt toe naarmate het vorige goed beheerst wordt net zolang tot de hele zin volledig ontleed is.
Sinds 2013 werk ik met het blokboek ontleden van Kinheim. Dit bevalt goed. Het bevorderd het zelfstandig werken. In plaats van zinsdelen onderstrepen zetten wij altijd lijntjes tussen de verschillende zinsdelen zoals Methode de Haan dat ook leert.

  • Vrijdag: dictee

Het dictee bestaat uit tien zinnen die we op dat moment niet nabespreken. Ik analyseer het dictee volgens de taaltest en bepaal op die manier welke taalregels goed zouden zijn om toe te voegen aan de leeskaartjes. Meestal doe ik dit niet direct maar laat ik een verschrijving eerst een keer terug komen om te zien of het dan weer mis gaat. Als dat inderdaad het geval is pakken we het probleem aan met een leeskaartje.

 

Leeskaartjes:
 Het lezen van verklarende taalregels is een belangrijk onderdeel van de methode. In het begin lees je de stappenplannen. Als die gelezen zijn en de leerling maakt nieuwe verschrijvingen ga je regels aanbieden die passend zijn voor die verschrijving. Door de taaltest goed toe te passen vind je voor elke verschrijven een passende oplossing en zo niet dan maak je gebruik van de of-of regel.
In de praktijk komt het er op neer dat we meestal wel een aantal kaartjes hebben om te lezen. Elk kaartje gaat 4 werkweken mee, het wordt dus 20 keer gelezen. Na het lezen van de kaartjes oefenen we ook altijd even met spellen. Ik gebruik dan de woorden van de kaartjes en mijn zoon moet de woorden dan uit zijn hoofd spellen. Spellen gebeurt altijd met de letternamen zoals je ze hoort in het alfabet.

Wat mij erg bevalt aan deze werkwijze is dat er echt op maat taalonderwijs aangeboden wordt. We gaan aan de slag met de fouten die gemaakt worden en laten de dingen die goed gaan verder met rust. Herhaling vindt dus alleen plaats zolang een fout nog niet is opgelost.
Het vraagt van mij wel veel voorbereiding zeker als er veel verschrijvingen zijn. Het is de kunst het juiste niveau van je leerling te vinden. Als er te veel verschrijvingen zijn is er iets niet goed aan de basis en moet je dus eigenlijk eerst zorgen dat dat opgelost wordt voor je verder gaat.

Omdat ik voor de kinderen af en toe wat meer oefenmateriaal wil hebben waarmee ze zelfstandig aan de gang kunnen maak ik sinds 2013 ook gebruik van de blokboeken van Kinheim. Deze werkboeken sluiten goed aan bij Methode de Haan. Omdat ik het invullen van alleen letters niet altijd even zinvol vind laat ik de kinderen werken in een schrift naast het blokboek, op die manier schrijven ze altijd hele woorden en zinnen. Voordeel is ook dat je het blokboek voor een volgend kind weer kunt gebruiken.